Ik loop de eetkamer in en mijn blik valt direct op mijn rugzak. Hij staat al klaar. Niet omdat ik zo graag vroeg inpak, maar omdat ik mezelf erop betrap dat ik er steeds even naar wil kijken. Alsof hij mij eraan herinnert dat het bijna weer zover is. Woensdag stap ik in de bus naar Lissabon. Dan begint mijn Camino Portugués. Alleen al die gedachte doet iets met mij. Ik voel dezelfde gezonde spanning als voor ieder nieuw avontuur. Tegelijkertijd voel ik ook iets anders. Hoop. Want deze camino is meer dan een mooie wandeling naar Santiago de Compostela. Het is de eerste echte stap terug naar het leven waarin ik mij het meest thuis voel. Onderweg.
Ik zie het al voor me. De bus rijdt langzaam Lissabon binnen terwijl de stad nog maar net ontwaakt. De geur van versgebakken brood en sterke koffie hangt in de smalle straatjes. Ik klik de heupband van mijn rugzak vast, haal diep adem en zet mijn eerste stap. Niet omdat ik precies weet wat mij te wachten staat, maar omdat ik voel dat dit precies is waar ik nu moet zijn.
Opnieuw vertrouwen
De afgelopen maanden hebben mij geduld geleerd. Na mijn wintertraining, tientallen ultralopen in Andalusië en het abrupte einde van mijn Camino Francés moest ik accepteren dat mijn lichaam tijd nodig had. Daarna kwam mijn knie. Een klein gewricht dat ineens bepaalde hoe groot mijn wereld mocht zijn. Dat voelde soms frustrerend. Ik wilde vooruit, terwijl mijn lijf zei dat ik moest wachten.
Inmiddels voelt dat anders. Met iedere wandeling en iedere hardlooptraining door de heuvels van Axarquía groeit mijn vertrouwen een beetje verder. Niet omdat alle pijntjes verdwenen zijn, maar omdat ik weer durf te luisteren in plaats van te vechten. Daarom kies ik bewust voor de Camino Portugués. Niet om zo snel mogelijk Santiago te bereiken. Niet om records na te jagen. Maar om mijn knie dag na dag het verhaal te laten vertellen. Kan ik haar weer vertrouwen? Kan mijn lichaam weer doen waar het zo gelukkig van wordt? Dat antwoord vind ik niet in een behandelkamer. Dat wacht ergens op een eeuwenoud pad tussen Lissabon en Santiago.
De magie van een rugzak
Er zijn mensen die zich afvragen waarom ik steeds opnieuw vertrek met alleen een rugzak. Dat begrijp ik ergens wel. Want inmiddels heb ik weer een fysiek thuis. Een comfortabel bed, een volle koelkast en alles binnen handbereik.
En toch voel ik mij onderweg vaak rijker dan thuis.
Zodra mijn rugzak op mijn schouders rust, verandert er iets. Mijn wereld wordt overzichtelijk. Alles wat ik nodig heb, draag ik met mij mee. Ik hoef alleen maar op te staan, mijn schoenen aan te trekken en te beginnen met lopen. Geen agenda. Geen haast. Alleen de vrijheid om de dag te laten ontstaan.
Juist in die eenvoud ontstaat ruimte. Ruimte om na te denken. Om stil te zijn. Om opnieuw te zien hoe mooi de wereld eigenlijk is.

Voetsporen van eeuwen
Dat maakt de Camino Portugués misschien wel zo bijzonder. Al meer dan achthonderd jaar lopen pelgrims over deze route richting Santiago de Compostela. Koningen, monniken, handelaren en gewone mensen trokken over dezelfde oude wegen waar ik straks ook mijn voetstappen zal zetten.
Die gedachte fascineert mij.
Terwijl ik door historische steden als Santarém, Coimbra en Porto wandel, besef ik dat ik onderdeel ben van een verhaal dat al eeuwen doorgaat. De stenen onder mijn voeten hebben ontelbare pelgrims gedragen. Mensen die, net als ik, vertrokken met hun eigen dromen, zorgen, verdriet of verlangen.
Misschien is dat wel de kracht van een camino. Iedereen loopt dezelfde route, maar niemand beleeft dezelfde reis.
Ontmoetingen die je niet kunt plannen
Ik kijk misschien nog wel het meest uit naar de mensen die ik nog niet ken. Naar dat kopje koffie op een dorpsplein waar zomaar een gesprek ontstaat. Naar een gezamenlijke klim die begint met een eenvoudige “Buen Camino”. Of naar een avond waarop je verhalen deelt met iemand die die ochtend nog een volslagen vreemde voor je was.
Dat zijn de momenten die je niet kunt plannen. Juist daarom zijn ze zo waardevol.
Vaak onthoud ik niet eens alle namen. Wel de glimlach. De verhalen. De blik in iemands ogen wanneer een persoonlijk verhaal wordt gedeeld.
En daarna…
Heel eerlijk? In gedachten kijk ik soms al voorzichtig verder.
Als mijn knie deze Camino Portugués goed doorstaat, lonken de Pyreneeën opnieuw. Geen strak plan. Geen route die helemaal vastligt. Gewoon zwerven. Met mijn tent. Mijn rugzak. Slapen onder een sterrenhemel en iedere ochtend opnieuw beslissen welke berg mij roept.
Maar zover is het nog niet. Eerst wacht Lissabon. Eerst wacht de Camino Portugués.
Dat is wat ik inmiddels wel heb geleerd. Niet leven in wat straks misschien komt, maar zoveel mogelijk aanwezig zijn in de stap die ik vandaag zet.
Ik weet nu al dat er ochtenden zullen zijn waarop de wereld nog stil is. Waarop alleen mijn voetstappen en het gezang van vogels de dag openen. Dat ik ergens langs een eeuwenoud pad mijn rugzak neerzet, een slok water neem en heel even niets anders hoef dan daar te zijn.
Mijn rugzak is er klaar voor. De bus vertrekt volgende week. En ergens tussen Lissabon en Santiago hoop ik niet alleen vertrouwen in mijn knie terug te vinden, maar vooral opnieuw thuis te komen op de plek waar ik mij het meest mezelf voel. Onderweg.
