Daar ligt ze dan, mijn moedertje. Liefkozend noem ik haar de kleine generaal. Klein van stuk, maar groots van karakter, kracht en liefde. Ik kijk naar haar kist en besef dat dit de laatste keer is dat ik zo dicht bij haar ben. Straks nemen we afscheid en wordt haar lichaam naar de bloemenweide gebracht, waar de natuur haar verder zal opnemen. Ik vind dat een mooie gedachte. Verdrietig, natuurlijk, maar ook mooi. Want ergens voelt het passend. Loslaten hoort uiteindelijk bij het leven, hoe graag je iemand ook bij je wilt houden.
Praten over wat er werkelijk toe doet
In de aanloop naar deze middag word ik gevraagd of ik iets wil zeggen tijdens de dienst. Natuurlijk wil ik dat. Tegelijkertijd vraag ik me af waar ik het dan over moet hebben als het om mijn moeder gaat. Er zijn zoveel herinneringen, zoveel momenten en zoveel dingen die ik zou kunnen vertellen. Uiteindelijk besluit ik terug te gaan naar een van de grootste cadeaus die mijn moeder mij heeft meegegeven: praten.
Bij ons thuis wordt gepraat. En dan niet over koetjes en kalfjes, maar over wat er werkelijk toe doet. Over waarom iets gebeurt, over wat je voelt en over wat je bezighoudt. Ik heb het vroeger vervloekt. De mensen die mij kennen uit de tijd dat ik nog een klein mannetje, tiener of puber ben, weten dat ik geen prater was. Ik wil vooral mijn eigen gang gaan. Laat mij lekker mijn ding doen en vraag vooral niet waarom ik iets doe of hoe ik me voel. Daar kom ik thuis alleen niet mee weg.
Mijn moeder wil weten wat er in mijn hoofd gebeurt en Herman, mijn vaderfiguur, sluit zich daar al snel bij aan. Ineens heb ik er twee die van alles van me willen weten. Ik vind het soms verschrikkelijk en zou het liefst willen ontsnappen aan al die vragen. Tegelijkertijd krijg ik de ruimte om het op mijn eigen manier te doen en vooral wanneer het voor mij goed voelt. Maar gepraat wordt er. Steeds opnieuw.
Nu, jaren later, kijk ik daar anders naar. Ik begrijp dat mijn moeder mij iets heeft meegegeven wat ik destijds helemaal niet wilde hebben. Ze heeft me geleerd om te praten over wat er werkelijk toe doet, om gevoelens niet weg te stoppen en om woorden te geven aan wat er vanbinnen gebeurt. Achteraf gezien is dat het grootste cadeau dat ze mij heeft kunnen geven.
Was gezellig hè
Ik ben de afgelopen jaren steeds minder in Nederland. Als ik er wel ben, probeer ik regelmatig bij mijn moeder in de Honinghoeve langs te gaan. Zo ook ergens in de tweede helft van juni, een dag voordat ik weer vertrek. Het is lekker weer en we gaan wandelen. Moeder zit in haar rolstoel en ik loop erachter terwijl we door de wijk en langs het kanaal gaan, een plek waar ze graag komt. Ze heeft een goede dag en praat honderduit. Het verhaal is soms warrig, zeker, maar als ik goed luister kan ik meestal nog steeds de rode draad ontdekken.
Eenmaal terug in de Honinghoeve help ik haar uit haar rolstoel en zet ik haar in haar luie stoel. Dat kan ze al lange tijd niet meer zelf. Terwijl ik me omdraai om haar rolstoel weg te zetten, hoor ik haar ineens zeggen: “Was gezellig hè.” Ik draai me verbaasd om en kijk haar aan. Haar stem is kraakhelder en in haar ogen zie ik een twinkeling die ik zo goed herken. “Ja moeders, het was gezellig.”
Ik weet op dat moment nog niet dat dit de laatste woorden zullen zijn die ze tegen mij zal zeggen. Juist daarom blijven ze voor altijd bij me. Geen grote uitspraak, geen afscheid en geen plechtige laatste woorden, maar gewoon een opmerking zoals ze er in al die jaren zoveel heeft gemaakt. “Was gezellig hè.” En ja moeders, dat was het.

Een nacht naast haar bed
Woensdag 9 september zie ik haar weer, voor het eerst sinds juni. Het is ochtend en ze ligt in bed, onder een dekbedje met een wit hoeslaken waarop een rode bloem staat afgebeeld. Haar ogen zijn dicht, haar mond staat open en haar ademhaling is zwaar. Ik kijk naar haar en denk: word alsjeblieft niet meer wakker moeders, ga maar lekker slapen. Het klinkt misschien vreemd, maar het is een gedachte vanuit liefde. Ik zie hoe moe ze is, hoeveel haar lichaam al heeft moeten doorstaan en hoe langzaam ze steeds verder loslaat. Ik hoef haar niet meer wakker te zien worden in een lichaam dat haar steeds verder in de steek laat.
Die nacht blijf ik bij haar. De dagen daarna waken Herman en ik afwisselend en soms samen. We zitten naast haar bed en kijken naar haar. We praten tegen haar, met elkaar en met de mensen die langskomen. Ook de helden van de Honinghoeve lopen regelmatig binnen. Zij kennen haar, hebben voor haar gezorgd en zijn er nu ook.
Vrijdagmiddag, rond half vier, verandert haar ademhaling. Op dat moment komt de dienstdoende verpleegkundige binnen. Vanuit al haar ervaring kijkt ze naar mijn moeder en ziet wat er gebeurt. “Wijk maar niet meer van haar zijde,” zegt ze. Herman zit aan de ene kant van het bed en ik aan de andere kant. We blijven bij haar.
De laatste adem
Het is vreemd hoe klein de wereld op zo’n moment wordt. Er is geen telefoon, geen agenda, geen volgende afspraak en geen morgen. Er is alleen dit bed, mijn moeder en haar ademhaling. Iedere keer wanneer haar adem even stokt, denken we dat het zover is. Dan neemt ze toch weer een ademteug en gaat het opnieuw verder. Zo herhaalt het zich keer op keer, totdat het uiteindelijk echt zover is.
Rond vijf voor vijf verandert haar ademhaling opnieuw. Haar mond wordt zichtbaar kleiner en haar ademhaling stopt. Ik breng mijn rechterhand naar haar hals en leg twee vingers op de plek waar ik haar hartslag kan voelen. Ik voel nog drie slagen en daarna is het stil. Mijn moeder is er niet meer.
Het is een intens moment waarin verdriet en rust tegelijkertijd aanwezig zijn. We zijn erbij geweest. We hebben haar niet alleen gelaten. En we hebben haar vastgehouden, naast haar gezeten en naar haar ademhaling gekeken. We hebben samen gewacht totdat ze haar laatste adem uitblies. Misschien is dat uiteindelijk wat liefde is: er zijn wanneer iemand gaat.
Opgenomen door de natuur
Straks brengen we haar lichaam naar de bloemenweide. Daar wordt ze opgenomen door de natuur. Ik vind dat een mooie gedachte. Geen plek waar alles stopt, maar een plek waar haar lichaam teruggaat naar de aarde en onderdeel wordt van alles wat daar groeit en leeft. Het past bij het beeld dat ik heb van het leven. Alles verandert voortdurend, niets blijft hetzelfde en uiteindelijk gaan we allemaal terug naar waar we vandaan komen.

Mijn moeder mag er dan niet meer zijn, toch blijft ze bij me. In de manier waarop ik praat, in de manier waarop ik naar mensen luister en misschien ook in de manier waarop ik mijn eigen weg ga. In mijn nieuwsgierigheid, mijn eigenwijsheid en mijn sterke wil. Daarin herken ik haar steeds meer, en eigenlijk vind ik dat alleen maar mooi.
Ze zit in mijn herinneringen aan het kanaal, in haar rolstoel, aan de keukentafel en in de gesprekken die ik vroeger helemaal niet wilde voeren. Ze zit in haar bezorgde blik wanneer ik weer iets geks van plan ben en in de liefde die er altijd onder alles aanwezig is geweest. En natuurlijk zit ze ook in die ene zin die nu misschien wel meer betekenis heeft gekregen dan ooit.
“Was gezellig hè.”
Ja moeders, het was gezellig. En dat blijft het. Want hoewel jij er niet meer bent, draag ik je mee in alles wat nog komt. Tot mijn laatste adem zal ik je bij me dragen.
Foto’s zijn bewerkt. Het origineel is van Koen Verheijden.

Prachtig, veel dank voor het delen. Ik werd verrast door dit verhaal naast al je avonturen, erg mooi.
Mooi geschreven. Gecondoleerd Geert.
Prachtig geschreven Geert.
Voor altijd in je ❤️
❤️
Mooi zoals jij de laatste uren met je moeder en haar heengaan hebt verwoord, Geert. Sterkte en gedankt voor de herinneringen aan het overlijden van moeder die ik daardoor weer kreeg. Buen camino.