Dwars door de Pyreneeën. Alleen al die woorden zijn genoeg om mijn hoofd op hol te brengen. Ik zie de bergen voor me, ruik de ijle lucht en voel de rugzak op mijn schouders terwijl ik urenlang onderweg ben zonder precies te weten wat er achter de volgende berg op mij wacht. Volgende zomer ga ik dwars door de Pyreneeën trekken en de drie grote lijnen met elkaar verbinden: de GR10, de GR11 en de Haute Route Pyrénéenne, beter bekend als de HRP. Samen vormen ze de Pyrenean Triple Crown, een avontuur dat op papier al enorm is, maar waarvan ik eigenlijk nog niet weet hoe groot het onderweg werkelijk gaat voelen.
Drie routes, één avontuur
Ik kijk naar de kaart en probeer mij voor te stellen wat het betekent om wekenlang door dit enorme berggebied te bewegen. De Pyreneeën vormen de natuurlijke grens tussen Frankrijk en Spanje en strekken zich uit van de Atlantische Oceaan tot aan de Middellandse Zee. Op die kaart lijken de lijnen overzichtelijk, bijna eenvoudig. Toch weet ik inmiddels dat een lijn op een kaart weinig zegt over wat er werkelijk onder mijn voeten gebeurt.
De GR10, de Franse route, heb ik eerder al leren kennen als een groene en afwisselende lijn door de bergen. Aan de andere kant van de grens ligt de GR11, die door Spanje loopt en een heel ander karakter heeft. Daar tussendoor en bovenlangs ligt de HRP, de Haute Route Pyrénéenne, die veel nadrukkelijker het hooggebergte opzoekt. De Franse en de Spaanse route heb ik al een keer gelopen, terwijl ik van de hoge route tot nu toe slechts enkele delen ken. Juist het idee van de combinatie blijft aan mij trekken. Want wat gebeurt er als ik deze routes niet langer als afzonderlijke avonturen bekijk, maar als één lange reis door de Pyreneeën?
Dat is precies wat ik volgende zomer wil ontdekken.





De bergen bepalen het tempo
Ik weet inmiddels dat langeafstandslopen in de bergen iets anders is dan simpelweg veel kilometers maken. De afstand is maar één onderdeel van het verhaal. Hoogtemeters, terrein, weer, water, voeding en slaap spelen allemaal hun eigen rol en uiteindelijk bepaalt het landschap hoeveel ruimte er op een dag werkelijk is.
Daarom wil ik dit avontuur niet benaderen als een wedstrijd tegen de klok. Ik wil fastpacken, licht reizen en zelfstandig onderweg zijn, maar vooral blijven bewegen op een manier die past bij wat de bergen mij geven. Soms kan ik uren achter elkaar lopen en soms vraagt een steile klim alle aandacht. Er zullen dagen zijn waarop het lichaam soepel meewerkt en dagen waarop ik juist moet vertragen. Het mooie is dat ik dat inmiddels niet meer zie als een probleem dat opgelost moet worden. Het hoort bij het onderweg zijn.
Van route naar terrein
De GR10 en GR11 zijn ieder op hun eigen manier langeafstandsroutes door de Pyreneeën. De HRP brengt daar nog iets anders bij. Naarmate ik verder het hooggebergte in trek, wordt het verschil tussen een route volgen en je weg vinden steeds kleiner. Het landschap wordt ruiger en de omstandigheden kunnen sneller veranderen. Een pad dat er op een kaart duidelijk uitziet, kan in werkelijkheid verdwijnen tussen rotsen, keien en berghellingen.
Dat vooruitzicht vind ik interessant, juist omdat ik daar uiteindelijk niet volledig de controle over heb.
Ik weet dat ik goed moet navigeren. Ik weet dat ik mijn materiaal zorgvuldig moet kiezen en dat water en voedsel niet overal vanzelfsprekend beschikbaar zijn. Tegelijkertijd weet ik ook dat geen enkele voorbereiding kan voorkomen dat de bergen uiteindelijk hun eigen plan trekken. Het weer verandert, een route kan anders lopen dan verwacht en mijn lichaam bepaalt uiteindelijk mee hoeveel kilometers er op een dag mogelijk zijn.
Daarom voelt de Pyrenean Triple Crown, mijn tocht dwars door de Pyreneeën, voor mij niet als een project dat ik simpelweg moet uitvoeren. Het is een avontuur waarin voorbereiding, ervaring, veerkracht en improvisatie voortdurend naast elkaar bestaan.

Ruim 2.500 kilometer door de bergen
Wanneer ik de afstanden van de drie routes bij elkaar optel, kom ik uit op ongeveer 2.500 kilometer. Het is een getal waar ik best even van moet slikken. Niet omdat ik bang ben voor de afstand, maar omdat ik weet hoeveel dagen en hoeveel verschillende omstandigheden daarin samenkomen.
Toch probeer ik mij daar niet te veel op vast te pinnen. Ik heb inmiddels vaak genoeg lange afstanden afgelegd om te weten dat je een tocht van duizenden kilometers niet als duizenden kilometers moet bekijken. Dat werkt simpelweg niet. Je kijkt naar de dag die voor je ligt, naar de volgende klim, het volgende waterpunt en uiteindelijk naar de plek waar je die avond je bivak neerlegt.
Zo wordt iets enorms ineens behapbaar.
Een bergpas wordt een klim die ik vandaag moet maken. Een lange afdaling wordt een paar uur bewegen. En een afstand van 2.500 kilometer wordt uiteindelijk een hele verzameling kleine momenten die samen één groot avontuur vormen.
Misschien is dat ook wel de reden waarom ik steeds opnieuw naar lange afstanden toe trek. De schaal is enorm, maar de werkelijkheid blijft klein: een paar voeten op de grond, een rugzak op mijn rug en steeds weer die volgende stap.
Ik weet nog niet hoe het verhaal eindigt
Het mooiste aan dit avontuur is misschien wel dat het verhaal nog niet geschreven is. Ik kan de routes bestuderen, kaarten bekijken en plannen maken, maar ik weet nog niet wat er onderweg gaat gebeuren. Ook weet ik niet welk weer ik krijg, welke mensen ik ontmoet, waar ik onverwacht langer blijf hangen of op welk moment ik mijn plan moet aanpassen, en juist die onzekerheid wil ik behouden.
Ik hoef niet alles vooraf vast te leggen om voorbereid te zijn. Sterker nog, hoe langer ik onderweg ben, hoe meer ik merk dat ruimte misschien wel net zo belangrijk is als voorbereiding. Ruimte om te luisteren naar mijn lichaam, ruimte om een andere keuze te maken en ruimte om simpelweg te kijken waar het pad mij brengt.
Dat is voor mij de essentie van avontuur. Niet weten dat alles goed komt, maar bereid zijn om onderweg met alles om te gaan wat zich aandient.

Volgende zomer trek ik dwars door de Pyreneeën
Volgende zomer staat de Pyrenean Triple Crown op mijn programma. Ik ga de GR10, de GR11 en de HRP met elkaar verbinden en daarmee dwars door de Pyreneeën trekken. Het wordt een tocht van grote afstand, veel hoogtemeters en lange dagen in een landschap dat voortdurend verandert.
Ik weet dat het zwaar wordt. Ik weet ook dat er momenten zullen komen waarop ik mij afvraag waarom ik dit mezelf aandoe. Maar ik weet inmiddels dat juist die momenten vaak onderdeel worden van de verhalen die ik later het liefst vertel.
Voor nu ligt het avontuur nog voor mij. De kaart ligt op tafel, de lijnen staan erop en de eerste voorbereidingen zijn begonnen. De rest laat ik nog even open. Want hoeveel ik ook kan plannen, de Pyreneeën bepalen uiteindelijk zelf wat er onderweg gebeurt. En dat is precies waarom ik er zo naar uitkijk.
Ik weet waar ik wil beginnen en welke kant ik op wil, maar welk pad zich dwars door de Pyreneeën voor mij ontvouwt, ga ik volgende zomer ontdekken.
