De FKT Camino Portugués begint voor mij niet met een klok die aftelt of met de ambitie om een snelle tijd neer te zetten. Het begint met een verlangen dat al maanden in mij zit. Ik wil weer onderweg zijn. Na een periode waarin mijn lichaam mij meerdere keren tot stilstand heeft gedwongen en mijn linkerknie nog altijd niet volledig hersteld is, sta ik op 7 augustus 2026 om 05.41 uur in Lissabon met mijn rugzak om mijn schouders. Het is vroeg, de stad slaapt nog grotendeels en voor mij ligt een route van honderden kilometers richting Santiago de Compostela. Ik weet dat ik mezelf opnieuw ga testen, maar ik weet nog niet precies waarop. Misschien is dat juist de aantrekkingskracht. Ik hoef het antwoord niet vooraf te kennen. Ik hoef alleen maar te beginnen.
Een rugzak, een pad en een open einde
Ik ben inmiddels gewend geraakt aan het leven vanuit een rugzak. Het geeft mij iets wat ik in mijn oude leven nauwelijks kende: echte vrijheid. Alles wat ik nodig heb draag ik bij me en iedere ochtend laat ik de dag ontvouwen. Toch voelt deze Camino anders. Mijn knie zit ergens achter in mijn hoofd. Niet voortdurend, maar wel aanwezig. Na mijn wintertraining in Andalusië, diverse ultralopen en mijn vroegtijdig beëindigde poging op de Camino Francés weet ik dat mijn lichaam niet zomaar een vanzelfsprekend instrument is waar ik onbeperkt gebruik van kan maken. Ik heb geleerd om beter te luisteren, ook al blijft dat voor iemand als ik soms verdraaid lastig.
Want ik ben nog altijd die Geert die graag een uitdaging aangaat en vervolgens wil ontdekken hoe ver hij kan gaan. Dat zit diep. In mijn boek Ontsnapt schrijf ik over de kracht van doorgaan, over doelen stellen en over het vertrouwen dat ontstaat wanneer je jezelf in beweging krijgt. Tegelijkertijd heb ik de afgelopen jaren geleerd dat doorzetten niet hetzelfde is als koste wat kost doorgaan. Soms is de grootste vorm van kracht juist luisteren, aanpassen en een andere keuze maken. Die wetenschap neem ik mee naar Portugal.
Het leven wordt weer overzichtelijk
De eerste kilometers vanuit Lissabon zijn warm. De Portugese zomer laat meteen weten dat ik niet voor niets vroeg ben opgestaan. De route voert mij steeds verder de stad uit en langzaam ontstaat het ritme waar ik zo naar verlang. Mijn voeten vinden hun cadans, mijn rugzak voelt vertrouwd en de wereld wordt kleiner. Ik hoef alleen maar te kijken waar de volgende gele pijl mij brengt. Soms loop ik over asfalt, soms over stoffige paden en op sommige stukken lijken de zandwegen eindeloos door het landschap te trekken. Er is weinig schaduw en water onderweg is niet overal vanzelfsprekend. Juist daardoor word ik gedwongen om goed vooruit te denken.
Dat vind ik mooi aan een lange route. De vanzelfsprekendheden verdwijnen. Ik hoef niet na te denken over honderd dingen tegelijk. Ik moet eten wanneer ik honger krijg, drinken voordat ik dorst krijg en rusten wanneer mijn lichaam daarom vraagt. De rest is bijzaak. Het leven wordt overzichtelijk.
Van pelgrim naar FKT
Aanvankelijk wil ik vooral testen. Ik wil weten hoe mijn knie reageert. Ik wil voelen of mijn lichaam weer vertrouwen verdient. De FKT-gedachte zit, zoals vaak, ergens in mijn achterhoofd, maar ik probeer hem niet te groot te maken. Een Fastest Known Time is voor mij inmiddels veel meer dan een snelste tijd op een route. Het is een uitnodiging van het onbekende, een manier om een bestaande route op mijn eigen manier te beleven en tegelijkertijd te ontdekken wat er gebeurt wanneer ik mijn grenzen opzoek.
Onderweg verandert er iets. De eerste dagen ben ik vooral bezig met mijn lichaam, maar naarmate de kilometers zich opstapelen groeit het vertrouwen. Ik voel dat mijn knie zich houdt. Mijn benen worden sterker en mijn hoofd wordt rustiger. Het oude gevoel van onderweg zijn komt terug. Dat gevoel waarin tijd nauwelijks bestaat en een dag simpelweg bestaat uit bewegen, eten, drinken, slapen en opnieuw beginnen.
Portugal trekt langzaam aan mij voorbij. Santarém, Coimbra en vervolgens de route richting Porto. Iedere plaats heeft zijn eigen sfeer, maar de grootste indruk maakt misschien wel wat er tussen de plaatsen gebeurt. De stille kilometers. De lange wegen. De momenten waarop ik uren niemand spreek en alleen het geluid van mijn eigen stappen hoor. Dan voel ik opnieuw waarom ik ooit voor dit leven heb gekozen.
Ik ben niet op zoek naar een comfortabel bestaan. Ik ben op zoek naar ruimte.

Porto verandert alles
Wanneer ik Porto bereik, heb ik al een enorm deel van de route achter mij. Toch voelt het niet alsof het avontuur voorbij is. Integendeel. Hier ontstaat een tweede hoofdstuk. Op 13 augustus om 05.34 uur vertrek ik vanuit Porto voor een poging om de bestaande self-supported FKT op de Camino Portugués Central scherper te stellen.
Nu loopt de klok wel nadrukkelijk mee. Dansen met de tijd is wat ik ga doen.
Ik weet wat het betekent om lang onderweg te zijn. Ik weet hoe mijn benen reageren wanneer de kilometers zich opstapelen en ik weet dat de zwaarste strijd uiteindelijk niet altijd in mijn benen plaatsvindt. De echte strijd begint vaak wanneer de vermoeidheid zich opstapelt, wanneer een plan anders uitpakt of wanneer twijfel zich ergens tussen twee passen in mijn hoofd nestelt. Juist op die momenten ontdek ik wie ik ben.
Ik hoef de hele route niet te overzien. Dat kan ik ook niet. Ik kijk vooruit naar het volgende dorp, de volgende bevoorradingsmogelijkheid, de volgende bocht. Soms kan ik een stuk hardlopen en soms is wandelen de verstandigste keuze. Het maakt mij niet uit hoe het eruitziet. Ik wil vooruit. De manier waarop verandert voortdurend, maar de richting blijft hetzelfde. Ik beweeg noordwaarts, steeds verder richting Santiago. De kilometers worden zwaarder, maar tegelijkertijd wordt mijn hoofd steeds stiller.
Er is iets bijzonders aan lange afstanden. Wanneer je lang genoeg beweegt, verdwijnen veel gedachten vanzelf naar de achtergrond. Problemen die thuis groot lijken, krijgen onderweg een andere omvang. Wat overblijft is het moment zelf. Mijn voeten op de grond. Mijn ademhaling. De rugzak. Het pad.
En steeds opnieuw stel ik mezelf dezelfde vraag: kan ik nog verder? Meestal is het antwoord ja.
De laatste kilometers naar Santiago
Op 15 augustus voel ik dat Santiago dichtbij komt. Mijn lichaam is moe, maar de finish begint steeds sterker aan mij te trekken. Ik denk terug aan die vroege ochtend in Lissabon, aan de twijfel over mijn knie, de hitte van deze zomer, mijn harde val onderweg en aan de eerste kilometers waarin ik vooral bezig ben met de vraag of dit avontuur überhaupt gaat lukken.
Nu ben ik bijna aan het einde.
Om 20.41 uur bereik ik Santiago de Compostela. De klok stopt, de route stopt en mijn lichaam wil vooral rust. Toch overheerst iets anders: trots. Niet alleen omdat ik de Camino Portugués heb afgelegd, maar omdat ik onderweg iets heb teruggevonden wat ik een tijdje kwijt ben geweest: vertrouwen.
Vertrouwen in mijn lichaam. Vertrouwen in mijn keuzes. En vertrouwen in het feit dat ik opnieuw lange afstanden kan afleggen zonder vooraf te weten hoe het eindigt.
Dat is voor mij de echte betekenis van dit avontuur.

Officieel goedgekeurd
En dan komt het bericht waarop ik wacht. De FKT organisatie heeft mijn poging gecontroleerd en goedgekeurd. Twee officieel goedgekeurde FKT’s.
Dat moment voelt anders dan ik vooraf had gedacht.
Natuurlijk ben ik trots. Een FKT neerzetten op de Camino Portugués is een prestatie waar ik ongelooflijk blij mee ben. Ik heb mezelf opnieuw uitgedaagd en deze keer valt alles op zijn plek. De route, mijn lichaam, mijn hoofd en de omstandigheden komen samen op precies het moment waarop het moet gebeuren.
Toch blijft de eindtijd niet het belangrijkste wat ik vanaf de Camino Portugués meeneem.
Want een route is nooit verspild. Iedere kilometer laat iets achter. Soms is dat vertrouwen, soms nederigheid en soms simpelweg de wetenschap dat je opnieuw iets hebt durven proberen. Dat is precies waarom een Fastest Known Time voor mij nooit alleen om snelheid draait. De klok registreert een getal, maar het avontuur vertelt het verhaal.
Ik denk terug aan de afgelopen maanden. Aan de knie die niet wilde meewerken. Aan de twijfel na de Camino Francés. En aan de eerste voorzichtige kilometers in Andalusië. Aan het moment waarop ik mezelf weer toestemming gaf om te gaan hardlopen. En nu sta ik in Santiago met twee officieel goedgekeurde FKT’s op zak.
Dat voelt als een enorme cirkel die rond is.
De weg gaat verder
Wanneer ik daar in Santiago tussen de pelgrims sta, realiseer ik me opnieuw waarom ik dit leven zo graag leef. Iedereen heeft zijn eigen reden om hier te zijn. Voor de één is het geloof, voor de ander een zoektocht, voor weer een ander simpelweg het avontuur. Ik hoef mijn reden inmiddels niet meer uit te leggen.
Ik wil buiten zijn, bewegen en ontdekken.
En ik wil voelen wat er gebeurt wanneer ik mezelf losmaak van alles wat vanzelfsprekend lijkt.
Dat is wat de Camino Portugués mij geeft. Niet alleen twee FKT’s, maar het vertrouwen om verder te gaan. Het avontuur heeft mij niet teruggebracht naar waar ik was. Het heeft mij ergens anders gebracht. Misschien iets voorzichtiger, misschien wijzer, maar vooral met opnieuw dat heerlijke gevoel van vrijheid.
Mijn rugzak is alweer ingepakt en mijn schoenen zijn vies van de kilometers die achter mij liggen. Mijn benen zijn moe, maar het gevoel van vrijheid is sterker dan de vermoeidheid. Ik ben alweer onderweg. Op de fiets, terug naar Axarquía.
