Mijn FKT-poging Camino Francés stopt al op de eerste dag. Ik voel het gebeuren terwijl ik nog midden in de beweging zit. Wat begint als een lichte onrust in mijn buik, ergens diep vanbinnen, groeit binnen korte tijd uit tot iets wat alles overneemt. Ik probeer het weg te duwen, zoals ik dat vaker doe. Doorgaan, niet zeuren, het zal wel overgaan. Maar dit keer gaat het niet over. Dit keer neemt mijn lichaam het volledig van me over.
Wanneer doorgaan geen optie meer is
Na zo’n 35 kilometer, net de Pyreneeën over, slaan de krampen keihard toe. Mijn darmen draaien, verkrampen en al snel volgt de diarree. Mijn lijf raakt volledig van slag en de warmte van de dag maakt het genadeloos. Ik probeer te blijven eten, maar alles wat ik binnenkrijg, komt er net zo snel weer uit. Drinken heeft hetzelfde effect. Ik voel hoe ik leegloop, letterlijk. Vocht, energie, kracht, alles verdwijnt in rap tempo uit mijn systeem. Toch blijf ik bewegen. Omdat dat is wat ik doe. Stoppen komt nog niet in me op. Ik loop door tot 45 kilometer, maar diep vanbinnen weet ik al dat dit geen normale dip is. Dit is iets wat ik niet ga wegduwen.
Op de rand van leegte
De combinatie van diarree, overgeven, koorts en de warme temperatuur buiten brengt me in korte tijd richting de rand van uitdroging. Mijn lichaam verzwakt zichtbaar. Mijn spieren verliezen hun spanning, mijn hoofd wordt wazig en mijn passen worden kleiner, trager, zwaarder. Alles kost moeite. Zelfs stilstaan voelt als een opgave. Ik merk dat ik begin te wankelen, dat mijn lijf niet meer meewerkt maar tegenwerkt. En nog steeds zit daar dat stemmetje dat zegt dat ik door moet. Nog een stukje. Nog even. Alsof wilskracht dit kan oplossen. Maar dit is geen kwestie van willen. Dit is overleven.
Een nacht zonder herstel
Later die dag kom ik uitgeput aan. Er is weinig meer van me over. Ik voel me leeg, uitgehold, alsof iemand de stekker eruit heeft getrokken. De nacht die volgt brengt geen rust. Mijn lichaam blijft onrustig, koortsig, opgejaagd. Ik lig, draai, sta op, ga weer liggen. Tijd verliest betekenis. Uren vervagen in een aaneenschakeling van ongemak. Ik hoop dat het de volgende ochtend beter zal zijn, dat dit een tijdelijke terugslag is waar ik doorheen kan stappen. Maar als ik wakker word, weet ik meteen hoe laat het is.
Toch weer op pad
En toch trek ik mijn schoenen aan. Omdat ik wil voelen waar ik sta. Omdat ik ergens hoop dat het meevalt en ik het nog niet helemaal kan loslaten. Leeg en zonder energie stap ik naar buiten. Ik sleep mezelf vooruit, richting Villava. Het is geen lopen meer. Het is overbruggen. Stap voor stap, zonder ritme, zonder kracht. Mijn lichaam protesteert bij elke beweging en toch ga ik door, omdat stilstaan ook geen optie lijkt. Tot het moment dat het echt niet meer gaat. Dan valt het kwartje definitief. Dit is klaar.
De onvermijdelijke beslissing
In Villava vind ik een plek om te overnachten. Ik laat mijn spullen vallen en voel hoe alles even stilvalt. Dit is het moment waarop ik moet erkennen wat ik eigenlijk al wist. Mijn FKT-poging op de Camino Francés is voorbij. Niet omdat ik het niet kan, niet omdat ik niet sterk genoeg ben, maar omdat mijn lichaam simpelweg niet meewerkt. Ik begeef me naar een lokaal medisch centrum waar ze na onderzoek vermoeden dat het om een bacteriële darminfectie gaat. Mijn lijf vecht tegen iets wat alles ontregelt. Ze willen me antibiotica meegeven, maar ik wijs het vooralsnog af. Ik kies voor rust. Voor herstel van binnenuit. Maar ik moet beloven dat als het binnen 24 uur niet verbetert en de koorts niet zakt, ik terugkom.
Langzaam terug naar iets van energie
De uren die volgen zijn traag. Ik doe niets. Geen zon, geen inspanning, alleen rust. Kleine slokjes water, wat thee en af en toe een beetje bouillon. Mijn lijf accepteert het maar moeizaam. Veel verdwijnt net zo snel als het komt, maar wat blijft hangen, begint zijn werk te doen. Heel langzaam voel ik iets terugkomen. Een klein beetje energie. Een klein beetje stabiliteit. Niet genoeg om iets te ondernemen, maar genoeg om te merken dat mijn lichaam zich niet volledig gewonnen geeft.
De klap die je niet ziet aankomen
Mentaal is het een ander verhaal. Ik weet dat ik hier niets aan kan doen. Dit is pure pech. Maar dat maakt de teleurstelling niet minder. Alles waar ik naartoe heb gewerkt, alles waar ik me op heb ingesteld, valt in een paar uur tijd weg. Het frustreert me. Het raakt me. Het voelt oneerlijk. Micro-organismen die mijn hele systeem overhoop halen. Ongenode gasten die me in korte tijd volledig uitschakelen. Even stort mijn wereld in en kan ik daar maar moeilijk mee omgaan.
Waar iets nieuws begint
Maar met dat mijn lichaam langzaam weer iets van energie terugvindt, gebeurt er ook mentaal iets. Heel subtiel. Heel voorzichtig. De eerste vorm van acceptatie. De eerste ademruimte. En daarna, stap voor stap, komt ook mijn veerkracht terug. Ik voel dat dit me niet breekt. Dat dit me vertraagt, stilzet, misschien zelfs iets leert, maar me niet onderuit haalt op de lange termijn. Ik begin weer te voelen wie ik ben, los van deze poging, los van deze tegenslag.
En ergens, in die kwetsbaarheid, zit ook iets krachtigs. Want dit is ook onderdeel van het pad. Niet alleen de kilometers die je maakt, maar juist de momenten waarop het stopt. Waarop je moet luisteren. Waarop je moet loslaten. En van daaruit, heel langzaam, het opnieuw begint.
