Ik staar naar de woorden ‘Het absurde avontuur: 800 km in 8 dagen en 8 uur’ en er gebeurt iets vreemds. Alsof ik even losraak van mezelf en kijk naar iemand anders die dit plan heeft bedacht, iemand die geen idee heeft wat hem te wachten staat. Tegelijk voel ik het in mijn lijf, een lichte spanning die zich vastzet ergens tussen mijn borst en mijn buik. Dit ben ik. Ik ga dit doen. De Camino Francés in 8 dagen en 8 uur. Niet omdat het moet, maar omdat het ergens is ontstaan en niet meer weggaat.
Rauw, snel, intens
Er zit iets in dit plan dat schuurt en ik voel het elke keer als ik er echt bij stilsta. Niet omdat het zwaar wordt, want dat weet ik al, maar omdat het raakt aan iets groters. Aan het idee dat er een juiste manier bestaat om te pelgrimeren, alsof er regels zijn die bepalen hoe je de Camino hoort te lopen. Langzaam, beschouwend, zonder haast. En terwijl ik daarover nadenk, voel ik weerstand. Niet tegen die manier, maar tegen het idee dat dat de enige manier zou zijn.
Ik heb het eerder gevoeld, daar op het pad, dat elke stap iets anders laat zien en dat geen dag hetzelfde is. Dat er geen blauwdruk bestaat die bepaalt wat echt is en wat niet. Wat ik nu ga doen staat daar misschien haaks op, maar juist daardoor voelt het zo eerlijk. Dit is mijn manier, op dit moment. Rauw, snel, intens. Niet om iets te bewijzen, maar omdat dit is wat er in mij zit.
De Camino zoals ik hem ken
Ik ken de Camino Francés tot Burgos. Ik heb daar gelopen, dagen achter elkaar, en ik weet nog precies hoe het voelt als de ochtend begint. De frisse lucht, de eerste stappen die nog wat onwennig zijn en dan langzaam het ritme dat zich aandient, stap na stap, terwijl mijn ademhaling zich voegt naar het tempo en mijn gedachten eerst alle kanten op schieten om vervolgens langzaam stiller te worden.
Ik ken ook de momenten dat het kantelt, dat mijn lijf zwaar wordt zonder duidelijke reden en de kilometers zich opstapelen tot ze ineens voelbaar worden in alles wat ik doe. In mijn schouders, mijn heupen, mijn voeten. Het zijn die momenten waarop je nergens meer omheen kunt en alleen nog maar kunt voelen en doorgaan.
Wat er voorbij Burgos ligt, ken ik niet. Dat maakt het groter en onvoorspelbaarder. Ik stap straks een stuk in dat nieuw voor me is, zonder de luxe van tijd om het rustig te ontdekken. En dat is precies wat dit absurde avontuur zo intens maakt.

Dansen met de tijd
Vanaf het moment dat ik vertrek, begint mijn dans met de tijd en ik voel nu al dat die dans geen ruimte laat voor twijfel. Dagen zullen in elkaar overlopen en nachten vervagen tot korte momenten van rust. Ik zie mezelf al liggen op plekken waar het eigenlijk net niet kan, mijn ogen sluitend terwijl mijn lijf nog natrilt van de inspanning.
En dan weer opstaan en doorgaan, de nacht in, alleen met het geluid van mijn ademhaling en het ritme van mijn stappen. Ik weet dat er momenten gaan komen waarop mijn hoofd niet meer meewerkt, waarin vermoeidheid zich vastbijt en mijn realiteit begint te verschuiven. Beelden die niet kloppen, gedachten die alle kanten op gaan. En toch voel ik er geen angst bij, eerder een soort acceptatie, alsof het erbij hoort en ik ook dat stuk aan mag kijken.
Het lichaam als kompas
Mijn lichaam gaat alles bepalen. Niet mijn horloge, niet een strak plan, maar wat ik voel in het moment. Ik weet dat het pijn gaat doen, dat mijn spieren zich gaan verzetten en mijn gewrichten gaan protesteren, en dat er momenten komen waarop alles in mij zegt dat het genoeg is. En toch weet ik ook dat daar iets achter zit, iets wat ik eerder heb aangeraakt.
Dat punt waarop pijn en helderheid samenkomen, waarop alles zwaar is en tegelijkertijd scherp. Alsof alles wat niet belangrijk is wegvalt en alleen de essentie overblijft. Dat is waar ik naartoe beweeg. Niet naar een eindpunt, maar naar dat gevoel.
Het absurde en het mooie
Elke keer als ik het uitspreek, voel ik het opnieuw. 800 kilometer in 8 dagen en 8 uur. Het is absurd. Het slaat eigenlijk nergens op. En juist dat maakt het zo mooi, omdat het niet past binnen wat logisch is en omdat het vragen oproept, ook bij mij.
Ik hoef het niet volledig te begrijpen. Sterker nog, misschien moet ik dat juist niet doen. Het enige wat ik hoef te doen, is gaan. Stap voor stap. Kijken wat er gebeurt als ik mezelf hierin zet zonder terughoudendheid.
Alleen en toch verbonden
Ik ga dit alleen doen en dat voelt precies zoals het moet. Dit is mijn pad en ik heb daarin niets anders nodig dan mezelf. Tegelijk voel ik dat ik niet helemaal alleen ben. Er zijn mensen die meeleven, die op afstand dit absurde avontuur volgen en af en toe even stilstaan bij waar ik ben.
Dat is genoeg. Meer dan genoeg. Je hoeft niet mee te lopen, maar misschien ben je er soms even bij. In gedachten. Op een moment dat het voor jou klopt. Misschien ergens midden in de nacht, of juist als de zon opkomt en alles weer zichtbaar wordt.
De eerste stap van dit absurde avontuur
Maandag 6 april komt dichterbij en ik merk hoe het steeds meer onder mijn huid kruipt. Het zit in mijn lijf, in mijn gedachten. Soms is het stil en lijkt het ver weg, en dan ineens is het er weer. Helder. Onontkoombaar.
De eerste stap zal klein zijn, zoals altijd. Maar ik weet wat erin besloten ligt. Alles. Ik weet niet hoe het gaat lopen, ik weet niet waar ik ga breken of waar ik juist sterker word. Maar ik weet dat ik ga. En ergens onderweg, tussen vermoeidheid en euforie, tussen het absurde en het pure, ontstaat iets wat zich niet laat bedenken, alleen laat ervaren.
🚀 Start: maandag 6 april a.s. tussen 7 en 8 uur
📍 LIVE TRACKING – klik hier en volg me real-time
🚸 Volg updates op Instagram
