Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant? De zin zit in mijn hoofd terwijl ik ergens rond Badajoz in Spanje urenlang tegen de wind in trap. Het regent, voor mij ligt een eindeloze weg en om mij heen is vooral ruimte. Geen bergen waarachter ik kan schuilen, nauwelijks verkeer en geen idee hoe ver ik vandaag uiteindelijk zal komen.
Anderhalve week eerder sta ik nog op het plein voor de kathedraal van Santiago de Compostela, waar mijn geslaagde avontuur op de Camino Portuguรฉs eindigt. Nu zit ik op een fiets die ik daar heb gekocht en ben ik onderweg naar mijn finca nabij Comares in Zuid Spanje. Zoโn 1.200 kilometer fietsen, van Noord Spanje door Portugal naar Andalusiรซ, zonder dat ik vooraf ook maar enige fietstraining heb gedaan. Het klinkt misschien als een vreemd plan, maar inmiddels weet ik dat de mooiste avonturen niet altijd beginnen met een zorgvuldig uitgedacht plan. Soms ontstaat een avontuur simpelweg omdat het alternatief niet aantrekkelijk is.
Vast in Santiago
Na mijn finish in Santiago wil ik eigenlijk zo snel mogelijk weg. Mijn lichaam is moe, mijn hoofd zit nog vol van alles wat er de afgelopen dagen is gebeurd. Ik heb twee FKTโs op de Camino Portuguรฉs achter mijn naam staan en ben even helemaal klaar met het lopen. Ik wil daar weg.
Alleen blijkt Santiago verlaten op dat moment een stuk ingewikkelder dan ik had verwacht. Bussen zitten vol, treinen zijn schaars en voor sommige mogelijkheden moet ik bedragen betalen waar ik toch echt even van moet slikken. Wachten kan natuurlijk, maar daar heb ik weinig zin in. Ik kijk naar de mogelijkheden en ineens ontstaat er een gedachte die eigenlijk meteen logisch voelt. Ik heb thuis in Zuid Spanje toch nog een fiets nodig. Waarom koop ik er hier geen en fiets ik ermee naar mijn finca?
Zo simpel kan het soms zijn.
Ik koop een fiets, regel mijn spullen en maak mij klaar voor een nieuw avontuur. Drie dagen na mijn laatste meters op de Camino Portuguรฉs ben ik opnieuw onderweg. Alleen nu niet hardlopend, maar met trappers onder mijn schoenen.
Van hardloper naar fietser
Het verschil is behoorlijk groot. Als ultraloper ben ik gewend om lange dagen te maken. Mijn lichaam kent uren achter elkaar bewegen en mijn hoofd heeft inmiddels de nodige ervaring met vermoeidheid, verveling en twijfel. Fietsen is echter een andere manier van bewegen. Mijn benen moeten wennen aan de belasting maar vooral mijn zitvlak heeft zo zijn eigen mening over dit spontane plan.
Ik ben weer onderweg. Het lopen is voor mij een middel geworden om buiten te zijn, mezelf uit te dagen en de wereld op een andere manier te ervaren.
Op de fiets ontdek ik opnieuw hoe weinig ik eigenlijk nodig heb. Een fiets, een paar spullen, eten, drinken en een richting. Meer is het niet. Ik hoef geen hotel voor de komende nacht te hebben geboekt en ik weet ook niet precies waar ik over een paar dagen zal zijn. Dat geeft mij geen onrust. Integendeel. Juist die onzekerheid maakt dat ik weer volledig aanwezig ben.
Ik fiets, ik kijk en zie wel waar ik uitkom.
Dat is inmiddels een manier van leven geworden. Een avontuurlijk leven draait voor mij niet om steeds grotere prestaties of het beklimmen van de hoogste berg. Het zit juist in de bereidheid om iedere dag opnieuw iets aan te gaan waarvan ik niet precies weet hoe het afloopt.
Hoe sterk is de eenzame fietser
En dan is daar steeds dat liedje van Boudewijn de Groot. Jimmy. Ik ken het al jaren, maar ergens op die eindeloze Portugese en Spaanse wegen krijgt het een nieuwe betekenis. Vooral wanneer ik alleen fiets, de wind tegen mij in blaast en de regen urenlang blijft vallen.
Hoe sterk is de eenzame fietser.
De fietser uit het lied is voor mij geen held omdat hij de sterkste, snelste of machtigste is. Juist het tegenovergestelde spreekt mij aan. Er zit iets eenvoudigs in dat beeld. Iemand die onderweg is zonder behoefte aan uiterlijk vertoon. Geen grote woorden, geen status en geen macht. Alleen een mens op een fiets die zijn eigen weg gaat.
Daar herken ik mij steeds meer in.
Ik heb jarenlang gedacht dat sterk zijn betekende dat ik altijd moest doorgaan. Mijn doorzettingsvermogen was een belangrijke kracht, maar tegelijkertijd ook een valkuil. Ik wilde alles voor honderd procent doen en liefst meteen. Ook toen mijn lichaam al signalen gaf dat het niet meer ging. Uiteindelijk leer ik dat juist mijn kracht en doorzettingsvermogen mij ook voorbij mijn grenzen kunnen brengen.
Dat inzicht reist met mij mee.
Sterk zijn betekent voor mij inmiddels iets anders. Het betekent niet dat ik iedere berg moet bedwingen of iedere uitdaging moet volbrengen. Het betekent dat ik durf te kiezen voor mijn eigen weg. Dat ik kan accepteren dat het soms anders loopt dan gepland. Dat ik mijn grenzen herken en toch nieuwsgierig blijf naar wat er aan de andere kant van mijn comfortzone ligt.
Misschien is dat wel de diepere kracht van de eenzame fietser.

Regen en tegenwind
Op sommige dagen begrijp ik het beeld volledig. Ik fiets urenlang door de regen. Mijn kleding is doorweekt en mijn handen zijn koud. De wind staat verkeerd en lijkt iedere kilometer sterker te worden. Om mij heen liggen open vlaktes waar nauwelijks beschutting te vinden is. Het soort landschap waarin je vooral jezelf tegenkomt.
En juist daar gebeurt iets bijzonders.
Wanneer er niemand naast mij fietst, niemand mij aanmoedigt en niemand weet hoe zwaar het op dat moment voelt, moet ik het zelf doen. Ik kan niet terugvallen op een groep. Er staat geen finishboog te wachten en niemand houdt mijn tussentijden bij. De enige reden om door te gaan is dat ik zelf heb besloten dat ik verder wil.
Dat lijkt op de wereld van de ultraloper, maar is het anders dan een FKT. Tijdens een recordpoging is de klok voortdurend aanwezig. Iedere kilometer heeft betekenis en iedere minuut telt. Tijdens deze fietsreis verdwijnt die druk bijna volledig. De kilometers zijn er natuurlijk nog steeds, maar ze bepalen niet meer hoe ik mijn dag beleef.
Dat vind ik heerlijk.
Ik ontdek opnieuw wat ik eigenlijk al langer weet: uiteindelijk zijn het niet de cijfers die blijven hangen. Het zijn de landschappen, de ontmoetingen, de onverwachte momenten en de gevoelens die onderweg ontstaan. Ook binnen mijn FKT avonturen merk ik steeds opnieuw dat de eindtijd maar een klein onderdeel is van het verhaal. De grootste winst zit vaak in wat er onderweg in mij verandert.
Minder nodig, meer vrijheid
Terwijl ik verder naar het zuiden fiets, denk ik zo nu en dan na over de manier waarop ik mijn leven ben gaan inrichten. Ooit zit ik midden in een wereld van agendaโs, vergaderingen, verwachtingen en verplichtingen. Ik weet niet beter. Ik ren achter mijn eigen staart aan en denk dat dat normaal is. Tot mijn lichaam aan de noodrem trekt.
Daarna verandert er veel.
Ik kies uiteindelijk voor een leven waarin vrijheid, natuur en avontuur een veel grotere rol spelen. Ik leef vanuit een rugzak, maak dromen waar en probeer steeds meer mijn eigen keuzes te maken. Niet omdat ik mij wil afzetten tegen de wereld, maar omdat ik heb ontdekt dat ik veel gelukkiger word wanneer mijn leven klopt met wie ik ben.
Op mijn fiets ervaar ik dat opnieuw.
De dagen worden eenvoudig. Ik hoef mij niet druk te maken over veel meer dan de route, mijn lichaam, het weer en de vraag waar ik die avond terechtkom. Ik fiets door Spanje, steek Portugal binnen en trek steeds verder naar het zuiden. Soms is het zwaar. Soms is het prachtig. Vaak is het allebei tegelijk.
En misschien is dat precies wat avontuur zo waardevol maakt.
Een nieuwe weg naar huis
Uiteindelijk komt Zuid Spanje dichterbij. De kilometers die eerst als een enorme afstand voelen, worden langzaam een reeks herinneringen. Een regenachtige dag, een eindeloze vlakte, een onverwachte ontmoeting, maar ook een lange afdaling, een slechte weg of juist een prachtig uitzicht. Een dag waarop alles vanzelf lijkt te gaan en een dag waarop iedere kilometer moeite kost.
Ik begon deze fietstocht omdat ik vastliep in Santiago. Achteraf ben ik blij dat ik daar ben vastgelopen.
Want als de bus niet vol had gezeten, als de trein betaalbaar was geweest en als alles gewoon volgens plan was verlopen, had ik dit avontuur nooit beleefd. Dan had ik waarschijnlijk ergens in een bus gezeten terwijl het landschap buiten aan mij voorbijtrok. Nu maak ik er zelf onderdeel van uit.
Wanneer ik uiteindelijk mijn finca nader, weet ik opnieuw waarom ik zo graag onderweg ben. Niet vanwege de afstand. Niet omdat 1.200 kilometer op een fiets zonder voorbereiding zo stoer klinkt. Zelfs niet omdat ik mezelf opnieuw fysiek heb uitgedaagd.
Het gaat om iets anders.
Om de vrijheid om een andere keuze te maken wanneer de oorspronkelijke route niet meer klopt, om de moed om zonder zekerheid te vertrekken en om de kracht om urenlang alleen door te blijven fietsen wanneer niemand kijkt. En vooral om te ontdekken dat een eenvoudig leven misschien wel veel meer kracht geeft dan een leven waarin je voortdurend iets moet bewijzen.
Hoe sterk is de eenzame fietser?
Terwijl ik de laatste paar honderd kilometers naar mijn finca trap, heb ik daar geen antwoord meer op nodig. Langzaam begrijp ik het. De kracht zit niet in de fiets, niet in de afstand en ook niet in mijn benen. De kracht zit in het vermogen om mijn eigen weg te kiezen en die met vertrouwen te blijven volgen.
De fiets brengt mij uiteindelijk thuis.
Maar onderweg ontdek ik opnieuw iets veel belangrijkers.
Ik ben al thuis.
In dit leven. In deze vrijheid en in het avontuur.
En zolang ik nieuwsgierig blijf naar de weg die voor mij ligt, stap ik iedere keer opnieuw op.
