2 januari 2025. Die datum blijft als een markering in mijn systeem zitten. Niet als een getal, maar als een gevoel. Het moment waarop de deur van mijn woning achter me dichtging en ik geen sleutel meer had om terug te keren. Het was alsof ik een hoofdstuk afsloot zonder te weten wat het volgende, leven uit een rugzak, zou brengen. Alsof de lucht even inhield. En ik ook.
Ruim tien maanden later. Tien maanden waarin ik alles wat ik dacht te bezitten, terugbracht tot een rugzak en een drietal boxen van dertig liter. Alles wat ik dacht te zijn, terugbracht tot mezelf. Elke dag gaat het leven uit een rugzak een laag dieper. Elke dag verandert het iets in me. Of misschien haalt het vooral weg wat nooit van mij was.
Geen angst, geen zekerheid
Ik zie mezelf daar nog staan, op die stoep, met de deur die net dichtviel. Mijn adem die hoog zat. Mijn hoofd dat nog dacht in oude patronen. Een lichaam dat al wist dat het goed was. Er was geen angst. Geen zekerheid ook. Alleen een soort openheid. Een leegte die geen gat is maar een kans. Een ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan.
Wat ik toen nog niet kon bevatten, is hoe snel je wereld kleiner wordt als je geen huis meer hebt om in te schuilen. Niet kleiner in betekenis, maar kleiner in omtrek. Alles komt dichterbij. De lucht. De grond. De mensen. Jijzelf. Een rugzak maakt je niet zwerverig. Hij maakt je aanwezig. Mensen zien je. Echt. Zonder filter. Zonder dingen die je maskeren. Wanneer je alleen aankomt met een rugzak, kijken mensen anders. Ze worden zachter. Nieuwsgieriger. Beschikbaar. Ze openen deuren waarvan je niet wist dat ze bestonden. Soms letterlijk. Maar vaker door iets subtielers: een uitnodiging, een blik, een plek aan tafel.

Niet op doorreis. Wel in beweging
Ik beweeg door die ontmoetingen heen zoals ik door de natuur beweeg. Ik ben niet op doorreis maar in beweging. Dat is een wezenlijk verschil. Ik reis niet ergens heen. Ik reis naar binnen. Terwijl ik loop, verdwijnt de ruis die mijn hoofd altijd maar gevuld hield. Ik voel de stilte die ontstaat wanneer je geen vaste muren meer om je heen hebt die gedachten weerkaatsen. De natuur absorbeert alles. De wind neemt mee wat niet meer past. De regen wast schoon. De zon maakt zacht. Het lopen maakt eerlijk.
Als je uit een rugzak leeft, worden de simpelste dingen rituelen. Het oprollen van mijn slaapmat. Het verlaten van een hostel, hotelkamer of het openen van mijn tent. Het vastklikken van een gesp. Het wegen of ik iets meeneem of achterlaat. Er zit iets meditatiefs in. Iets toegewijds. Spullen hebben gewicht. Letterlijk. Ik ben daardoor kritischer gaan voelen wat werkelijk waarde heeft. Ik ben gaan zien hoe veel ik eerder meesleepte dat niet van mij was.
Meer ruimte om te zien
Het mooie is: door minder te bezitten, heb ik meer ruimte om te zien. En daardoor intensiever te genieten. Een warme douche. Een dak boven mijn hoofd. Een kop koffie die langzaam stoom afgeeft. Een plek waar iemand zegt: blijf maar. Het zijn geen bijzaken meer. Het zijn momenten die binnenkomen. Die je raken omdat je basis zo eenvoudig is geworden dat elke vorm van luxe als een geschenk voelt.
Mijn dagen zijn opgebouwd uit beweging. Ik hike. Ik ren en ik ga. Mijn benen zijn mijn vervoer, mijn ritme, mijn kompas. Ik ben licht. Ik ben snel. Niet omdat ik haast heb, maar omdat er niets meer is dat me tegenhoudt. Geen meubels. Geen verplichtingen of vaste route. Ik ben vrij om elke afslag te nemen, elke uitnodiging te volgen, elke nacht ergens anders neer te strijken als ik dat wil. En precies daardoor kom ik steeds dieper thuis in mezelf.
Thuis is een staat waarin ik besta
Dat is misschien wel de grootste verandering. Thuis verplaatst zich. Het zweeft niet meer ergens boven een dorp, stad of land. Het zit niet meer in bakstenen, vloeren of plafonds. Het zit in mij. In mijn borst. Mijn adem. In de manier waarop ik mijn rugzak omhang. In mijn stappen en in mijn ogen. Thuis is geen plek meer waar ik naar terug moet. Thuis is een staat waarin ik besta.
Het leven uit een rugzak heeft me geleerd dat ik niets hoef vast te houden om volledig te leven. Dat ik niets hoef te beschermen om me veilig te voelen. Dat ik niets hoef te verzamelen om me rijk te weten. Ik leef lichter, maar voel meer. Bezit minder, maar ervaar intenser. Ik beweeg meer, maar ben rustiger. Ik praat minder, maar verbind dieper.

Soms is er een moment waarop ik mijn rugzak neerzet en even, of voor een langere periode, blijf staan. Langer op eenzelfde plek blijft. Dan voel ik de maanden in mijn lichaam. De wind die mijn haar optilt. De grond die me draagt. De stilte die me omhult. En ik besef hoe bijzonder dit avontuurlijke leven is. Hoe rauw. Puur. Echt. Hoeveel het doet met je wanneer je jezelf in de open lucht laat bestaan zonder bescherming, zonder routines, zonder muren.
Ik dacht dat ik mijn huis achterliet. Maar het huis dat ik verliet, was alleen het decor. Wat ik de afgelopen maanden vond, is het fundament dat altijd al in mij lag. Ongekend. Onmisbaar. Onverwoestbaar.
Terug naar de kern
Leven uit een rugzak. Het doet wat met je. Het haalt je terug naar de kern. Confronteert. Het stript je van alles wat niet klopt. Het maakt je zacht en sterk tegelijk. Het maakt je vrij op een manier die niet te vangen is in woorden, maar wel voelbaar is in elke stap die ik zet.
Op dit moment zit ik in Andalusië, Spanje. Ik weet niet waar ik volgend jaar om deze tijd ben. Maar ik weet wel dat ik mezelf meeneem. En dat is genoeg. Meer dan genoeg. Dat is alles.
