Onderweg in Andalusië, over smalle paadjes, heuvels die glinsteren in winterzon en door olijfboomgaarden die ruiken naar vochtige aarde en houtrook. Het land ligt achter me, nog doorweekt van regen. De geur van natte aarde hangt in mijn neus. De weg naar het noorden voelt langer dan anders, niet in kilometers, maar in betekenis. Drieënhalve maand leven op een ander ritme blijft achter in Andalusië, als een zachte echo. Voor me ligt Nederland, met zijn rechte lijnen en vertrouwde afspraken. Ik ben onderweg, letterlijk en figuurlijk, precies daar waar afscheid en begin elkaar raken.
Onderweg zijn voelt voor mij nooit als een tussentijd. Het is een staat van zijn, een adempauze waarin zichtbaar wordt wat blijft hangen, wat meereist en wat losgelaten mag worden. De stilte van reizen, het landschap dat langzaam verandert, biedt ruimte om terug te kijken zonder vast te houden, zonder grenzen.
Drieënhalve maand vertraging
De afgelopen maanden waren geen vakantie en ook geen vlucht. Het was een overwintering, een trainingsperiode, een bewuste vertraging. Tijd waarin ik het tempo uit mijn dagen haalde, maar niet uit mijn leven. Elke ochtend begon zonder haast. Elke dag ontvouwde zich zonder strak plan.
Ik leefde dagenlang buiten, in het ritme van licht dat door olijfbomen viel, in schaduwen die dansten over de paden, in koele ochtenden en zonovergoten middagen die langzaam warmte door mijn huid lieten stromen. De eenvoud daarvan werkte door. Géén afspraken. Minder ruis. Meer aandacht. Niet omdat ik iets zocht, maar omdat er ruimte was om te zien wat zich aandiende.

De winter die niet slaapt
Onderweg in Andalusië kent de winter geen stilstand. Het licht is zachter dan in de zomer, maar niet minder krachtig. De lucht is helder. De natuur trekt zich niet terug, ze ademt. Olijfbomen staan stil en vol tegelijk. Alsof ze alles al weten.
Hardlopend, vaak uren achter elkaar, doorkruis ik het landschap. Over brede zandpaden, langs rotsen, door droge rivierbeddingen die na regen ineens leven. Ik loop niet om sneller te worden of mezelf te bewijzen. Ik loop om aanwezig te zijn. Om volume te bouwen voor een extreem avontuurlijk jaar.
Lopen wordt een vorm van denken zonder woorden. Het lichaam doet het werk, het hoofd volgt. Kilometer na kilometer glijden verwachtingen van me af. Oude ideeën over hoe dingen zouden moeten zijn lossen op, in het licht, in het stof van de paden. Ik train mijn lichaam, maar vooral mijn vertrouwen.
Onderweg in Andalusië. Nooit alleen
Wie hier loopt, is nooit alleen. De geur van natte aarde na een zeldzame regenbui blijft hangen. Wilde kruiden kriebelen onder mijn handen, hun aroma ontsnapt aan elk pad dat ik kies. De wind fluistert door de valleien, de zon streelt het landschap zelfs in de winter, maar eist niets.
Het landschap verandert voortdurend. Brede vergezichten smelten weg en maken plaats voor smalle, kronkelende paden. Rotspartijen dwingen je om te vertragen. Valleien nodigen uit om even stil te staan. Tijd voelt hier minder lineair, minder dwingend.
Ik beweeg me erdoorheen, soms licht, soms moe, maar altijd aanwezig. Tussen inspanning en overgave begint iets te verschuiven. Niet plotseling. Niet spectaculair. Gestaag.

Wat zich aandient wanneer je niet zoekt
Sommige dingen laten zich niet plannen of afdwingen. Ze verschijnen pas wanneer je stopt met zoeken, wanneer je beschikbaar bent om ze op te merken. Deze winter gebeurt dat. Stil. Zonder aankondiging. Er ontstaat een gevoel van richting, nog zonder bestemming. Alsof er iets in beweging is gezet dat niet stopt waar deze winter eindigt.
Ik voel rust, maar ook scherpte. Aandacht. Het soort spanning dat niet duwt, maar uitnodigt. Dat zegt: kijk nog eens. Blijf even.
Leven zonder etiket
Er zijn dagen waarop niets bijzonders gebeurt. Geen inzichten, geen besluiten. Alleen leven: eten, bewegen, rusten. En toch zijn het juist die stille dagen die iets achterlaten.
Ik merk hoe prettig het is om niets te hoeven duiden. Om ervaringen niet meteen te labelen of te delen. Ze gewoon te laten bestaan. Sommige keuzes groeien onder de oppervlakte. Ze laten zich pas zien wanneer ze stevig genoeg zijn.
Wanneer het landschap kantelt
De laatste weken verandert alles. Regen valt in bakken, de lucht dreigt met donder en zilveren flitsen. Stormen rukken aan de bergen. Paden verdwijnen onder rivieren van water. Trails spoelen weg. Wegen worden afgesloten. Het nieuws spreekt over overstromingen en schade, maar ik ervaar het van dichtbij: een landschap dat zich niet laat dwingen. Wat eerst uitnodigde, vraagt nu om afstand. Buiten zijn is niet altijd veilig. Lopen maakt plaats voor wachten, voor aanwezig zijn, voor luisteren.

Het is een andere vorm van training. Stilte verdragen. Niet doorgaan waar dat niet klopt. Luisteren naar omstandigheden in plaats van ze te trotseren.
Juist daar, in die gedwongen vertraging, blijft iets hangen. Geen groot moment. Geen helder besluit. Meer een indruk die zich niet laat wegspoelen. Ik neem het mee zonder het vast te pakken. Laat het meereizen. Soms is dat genoeg.
Nog niet alles hoeft gezegd
Nu ik onderweg ben naar Nederland, voel ik dat deze periode afgerond mag worden. Niet door alles te benoemen, maar door ruimte te laten voor wat nog geen woorden nodig heeft.
Deze winter liet meer achter dan conditie of zon op mijn huid. Er is iets verschoven. Iets dat tijd nodig heeft. Wat het is, hoe het zich zal ontvouwen, laat zich nog niet vertellen.
Een beweging zonder verklaring
Wat ik wel weet: mijn manier van leven blijft in beweging. Ik blijf onderweg. Niet omdat ik moet, maar omdat het zo klopt. Vrijheid zit voor mij niet in nergens zijn, maar in bewust kiezen waar ik ben. Wat er is ontstaan vraagt niet om vastleggen of uitleg. Het vraagt om aandacht. Om aanwezigheid. Om vertrouwen.
Vooruitkijken zonder vooruit te lopen
De komende tijd laat ik dit bezinken. Ik keer terug naar bekende plekken en routines. Ik vertrek weer. Zoals altijd. Ik neem mee wat zich heeft aangediend en laat de rest open.
Dit hoofdstuk sluit ik af onderweg. Niet met een conclusie, maar met ruimte. Het volgende laat zich al voelen. Nog zonder naam. Nog zonder uitleg. Alleen dit weet ik: wat zich aandient, vraagt om vertrouwen, niet om grenzen.
