Ik durfde niet meer te gaan hardlopen. Opnieuw durven hardlopen bleek uiteindelijk niet zozeer een fysieke uitdaging als wel een mentale. Na mijn wintertraining in Andalusië en die bewuste dag begin april op de Camino Francés leek mijn lichaam de rekening te presenteren. Er kwamen allerlei pijntjes voorbij. De meeste verdwenen na een paar dagen weer, maar mijn linkerknie bleef zich roeren. Iedere voorzichtige poging om weer te lopen eindigde in een teleurstelling. Na iedere mislukte poging trok ik mijn schoenen weer uit. Niet alleen mijn knie begon te twijfelen. Zonder dat ik het doorhad, deed ik dat zelf ook.
De angst die zich verstopt
In eerste instantie had ik niet eens door wat er gebeurde. Ik hield mezelf voor dat het verstandig was om nog even rust te nemen. Er was genoeg te doen op de finca. De tuin vroeg aandacht, er lagen nog allerlei klusjes en bovendien was het warm genoeg om het hardlopen nog een dag uit te stellen. Morgen kon ook nog wel. Of volgende week.
Pas na verloop van tijd zag ik dat ik mijzelf iets wijsmaakte. Ik stelde het hardlopen niet uit omdat mijn agenda vol zat. Ik stelde het uit omdat ik bang was. Bang dat mijn knie opnieuw pijn zou doen. Bang dat ik weer teleurgesteld zou moeten stoppen. En bang dat mijn lichaam mij opnieuw duidelijk zou maken dat het nog niet kon. Iedere dag dat ik niet ging lopen voelde alsof ik verder af kwam te staan van het leven dat de afgelopen jaren zo vanzelfsprekend was geworden.
Dat besef kwam hard binnen. Ik, die altijd vertel dat je dromen werkelijkheid worden door de eerste stap te zetten, durfde zelf die eerste stap ineens niet meer te maken.
De eerste meters
Deze week besloot ik dat het genoeg was. Niet omdat alle twijfel verdwenen was, maar omdat ik voelde dat wachten mij nergens meer bracht. Ik trok mijn hardloopschoenen aan en bleef heel even staan. Als het misgaat, weet ik het tenminste, dacht ik. Daarna liep ik het terrein af en sloeg de weg op die rondom de berg voert waarop ik woon.
Vanaf de eerste passen luisterde ik naar iedere beweging van mijn lichaam. Het stemmetje in mijn hoofd was voortdurend aanwezig. Als mijn knie het maar houdt. Bij iedere afdaling luisterde ik. Bij iedere klim voelde ik voorzichtig of er iets veranderde. Ik probeerde er niet tegen te vechten. Het mocht er zijn. Tegelijkertijd weigerde ik om die angst opnieuw mijn keuzes te laten bepalen.

Terwijl de kilometers zich langzaam aaneenregen, gebeurde er iets bijzonders. Zonder dat ik het bewust merkte, verschoof mijn aandacht. Ik keek niet langer naar binnen, maar weer naar buiten. Ik zag het glooiende landschap van de Axarquía, de olijfbomen die tegen de berghellingen stonden, de blauwe lucht boven de valleien en de roofvogels die hoog boven mij cirkelden. Voelde het zweet over mijn rug lopen en hoorde alleen nog het ritme van mijn ademhaling en mijn voetstappen op de afwisselend verharde en onverharde paden.
Ergens tussen de olijfbomen en de stoffige bergpaden gebeurde iets. Zonder dat ik het bewust doorhad, liep ik niet langer tegen mijn angst in. Ik liep weer gewoon buiten. Op de plek waar ik mij de afgelopen jaren misschien wel het meest thuis ben gaan voelen.
Meer dan een trainingsrondje
Toen ik na mijn ronde het terrein van de finca weer opliep, verscheen er vanzelf een brede glimlach op mijn gezicht. Ik glimlachte van oor tot oor. Heel even nam de euforie het over. Ik had geen grote afstand gelopen en ook geen indrukwekkende prestatie geleverd. Toch voelde deze training als een overwinning. Niet omdat ik verder of sneller had gelopen dan verwacht, maar omdat ik onderweg had ervaren hoe het voelt om weer vrij te bewegen.
Wat had ik dit gemist. Niet de snelheid of de afstand, maar het gevoel dat ik weer onderdeel was van de natuur.
Het gaat uiteindelijk niet om het aantal kilometers dat op mijn horloge verschijnt. Het gaat om het gevoel dat ontstaat wanneer lichaam, natuur en gedachten weer langzaam met elkaar in balans komen. Dat is precies waarom ik zo graag buiten ben. Niet om records te verbreken, maar om mijzelf steeds opnieuw terug te vinden.
Vertrouwen laat zich niet afdwingen
Natuurlijk weet ik dat één training nog niets bewijst. Mijn knie heeft tijd nodig en ik weet dat ik verstandig moet blijven. Ik ga de belasting rustig opbouwen en mijn lichaam de ruimte geven om sterker te worden. Er is geen haast. Juist de afgelopen maanden hebben mij geleerd dat forceren uiteindelijk alleen maar meer afstand creëert.
Wat deze training mij vooral heeft gegeven, is iets veel waardevollers dan een goede conditie. Ik heb ervaren dat vertrouwen niet vanzelf terugkomt. Je vindt het niet door te blijven wachten tot alle onzekerheid verdwenen is. Vertrouwen groeit juist op het moment dat je, ondanks die onzekerheid, je schoenen aan doet, de deur achter je dicht te trekken en de eerste stap te zetten.
Misschien geldt dat niet alleen voor hardlopen. Misschien geldt het wel voor alles wat ooit vanzelfsprekend leek, totdat angst zich er ongemerkt tussen wist te nestelen. Voor nu is één rondje om de berg meer dan genoeg. Soms begint het terugvinden van vertrouwen niet met een groot avontuur, maar gewoon met het aantrekken van je hardloopschoenen.
