Ik stel me voor dat ik mijn eerste stappen zet in de vroege ochtend, nog voordat de wereld wakker is, en ergens in die eerste meters voel ik dat pelgrimeren op snelheid net zo goed pelgrimeren is. Het licht is nog zacht, de lucht koel en alles voelt open. Pelgrimeren begint hier, precies op dit moment, in die eerste beweging voorwaarts. Niet bij een kerk, niet bij een eindpunt, maar in het besluit om te gaan. Pelgrimeren is voor mij geen vast omlijnd begrip, geen vorm die vastligt. Het is iets wat ontstaat terwijl ik loop, terwijl ik ademhaal, terwijl ik mezelf stukje bij beetje tegenkom.
Wat pelgrimeren werkelijk is
Wanneer ik verder loop, merk ik hoe het woord pelgrimeren langzaam betekenis krijgt in mijn lichaam. Het komt van het Latijnse peregrinus, een reiziger, een vreemdeling, iemand die door het land trekt. Dat voel ik. Ik ben onderweg en tegelijkertijd volledig in dit moment.
Ooit was pelgrimeren vooral religieus. Mensen liepen naar heilige plekken, soms weken of zelfs maanden lang, om te bidden, om vergeving te vragen, om iets achter zich te laten of juist iets te vinden. De bestemming was belangrijk, maar de weg ernaartoe misschien nog wel meer. Want juist daar, in die dagen van herhaling en eenvoud, gebeurde het echte werk.
Ik herken dat. Niet in de religieuze vorm zoals het ooit bedoeld was, maar in de laag daaronder. De zoektocht. De stilte. Het proces van loslaten en opnieuw kijken. Pelgrimeren is voor mij geen verplichting, maar een uitnodiging die zich steeds opnieuw aandient.
De moderne pelgrim in mij
Tegenwoordig noemen veel mensen zichzelf pelgrim zonder dat ze zich religieus voelen. En terwijl ik doorloop, begrijp ik dat steeds beter. Want wat drijft mij eigenlijk? Niet een heilige die op me wacht aan het einde van de route. Niet een ritueel dat ik moet volbrengen. Het zit dieper.
Ik loop omdat ik ruimte zoek. Omdat ik wil voelen wat er overblijft als ik alles weglaat. Geen agenda, geen afleiding, geen ruis. Alleen het ritme van mijn stappen, de cadans van mijn ademhaling en de gedachten die komen en gaan, zonder dat ik ze vast hoef te houden.
Pelgrimeren zit voor mij in die eenvoud. In het feit dat ik dagen achter elkaar onderweg ben, met weinig spullen en levend van wat er is. In de fysieke inspanning die mijn hoofd leegmaakt en mijn lichaam opent. En ja, ook in het idee dat de plek waar ik aankom iets betekent. Misschien niet heilig in de klassieke zin, maar wel symbolisch. Een punt waar iets samenkomt en even stilvalt.
Wanneer snelheid het beeld verstoort
Toch verandert er iets wanneer het tempo omhoog gaat. Dat merkte ik op de Camino del Norte en dat voel ik nu alweer als ik denk aan de Camino Francés. Zodra ik niet meer wandel maar ren, zodra mijn dagen geen twintig maar tachtig of soms honderd kilometer worden, schuurt het.
Mensen kijken anders. Ze stellen vragen. Waarom zo snel? Waar blijft de beleving? Mis je dan niet waar het echt om gaat?
En eerlijk, die vraag stel ik mezelf ook. Terwijl ik loop, terwijl mijn hartslag hoog is en mijn lichaam continu in beweging, zoek ik naar het antwoord. Ben ik nog een pelgrim, of ben ik iets anders geworden?

Pelgrimeren op snelheid
Het antwoord komt niet in één keer. Het ontstaat ergens onderweg, in de lange uren waarin alles samenvalt en het denken langzaam verstilt. Want juist wanneer ik snel ga, wanneer mijn lichaam tot het uiterste wordt geduwd, gebeurt er iets bijzonders.
Mijn wereld wordt kleiner en tegelijkertijd groter. Kleiner omdat er nog maar weinig overblijft. Stap voor stap, ademhaling voor ademhaling. Groter omdat alles intenser binnenkomt. Vermoeidheid voelt dieper. Twijfel scherper. Maar ook de momenten van helderheid zijn krachtiger dan ooit.
Ik herinner me hoe ik op de Camino del Norte dingen zag die er misschien niet waren. Zwarte wezentjes in mijn ooghoeken, flarden van beelden die opkomen en weer verdwijnen. Mijn hoofd speelt met me, of misschien laat het juist los wat normaal gesproken vastzit en veilig opgeborgen blijft.
En precies daar, op dat snijvlak van uitputting en volledige aanwezigheid, voel ik iets wat voor mij de kern raakt van pelgrimeren. Ik ben nergens anders. Ik ben hier.
Intentie boven tempo
Als ik eerlijk ben, draait het niet om snelheid. Het draait om intentie. Pelgrimeren op snelheid kan leeg zijn, een jacht op kilometers, een drang naar een tijd of een record. Dan wordt het iets anders. Dan verschuift het richting sport, richting prestatie en richting bewijsdrang.
Maar dat is niet wat ik zoek.
Ik wil dat de laag daaronder blijft bestaan. De kwetsbaarheid. De eenvoud. Het openstaan voor wat komt, zonder dat ik het probeer te sturen. En dat vraagt soms om bewust vertragen, juist wanneer alles in mij door wil.
Ik stop bij een kerk, ook al voelt het onlogisch in mijn ritme. Ik blijf even staan bij een uitzicht, ook al tikt de tijd door. Of ik maak een praatje met een passant en voel hoe dat moment alles even vertraagt.
Het zijn kleine momenten, maar ze houden me verbonden met waarom ik hier ben.
Iedereen zijn eigen weg
Wat me misschien nog wel het meest raakt, is het idee dat er een juiste manier zou zijn om te pelgrimeren. Alsof er regels bestaan die bepalen of iets wel of niet echt is. Maar elke stap die ik zet, elke kilometer die ik afleg, laat me iets anders zien.
Er is geen goed of fout.
Er is alleen jouw weg.
Ik zie mensen die langzaam lopen, dagenlang, en diep geraakt worden door wat ze meemaken. Ik zie mensen die vooral bezig zijn met hun telefoon en hun planning en minder met zichzelf. En ik zie mensen die haast hebben om zeker te zijn van een bed, terwijl anderen juist onderweg lagen raken die ze nooit eerder hebben aangeraakt.
Wie ben ik om daar een oordeel over te hebben?
Pelgrimeren is geen vorm die je moet volgen. Het is een ervaring die je aangaat. Op jouw manier, in jouw tempo en met jouw intentie.
Wat het mij brengt
Terwijl ik verder loop, voel ik hoe alles samenkomt. De vermoeidheid in mijn benen, de rust in mijn hoofd, de focus in mijn blik. Ik ben onderweg en tegelijkertijd precies waar ik moet zijn.
Pelgrimeren leert me dat ik meer kan dan ik denk. Dat grenzen verschuiven wanneer ik ze opzoek en er voorzichtig doorheen beweeg. Maar ook dat luisteren net zo belangrijk is als doorgaan. Dat vertragen soms krachtiger is dan versnellen, juist omdat het me terugbrengt naar de kern.
En misschien wel het belangrijkste: dat er geen vast antwoord is. Geen eindpunt waar alles ineens duidelijk wordt. Alleen een weg die zich steeds opnieuw ontvouwt, stap voor stap.
Een open uitnodiging
Misschien voelt wat ik doe voor jou ver weg. Misschien past het niet bij hoe jij naar pelgrimeren kijkt. En dat is precies de bedoeling. Want pelgrimeren is geen blauwdruk die je volgt.
Het is een vraag die je jezelf stelt.
Wat zoek jij? Wat wil jij tegenkomen? En hoe ziet jouw weg eruit als je alles loslaat wat het zou moeten zijn?
Ik zet nog een stap, voel het pad onder mijn voeten en kijk vooruit. Het pad ligt open. Zoals altijd.
Foto’s: Tomás Montes – Rab
