De middagzon hangt boven de heuvels als we de laatste bocht nemen. Twee lieverds brengen mij van Malaga naar mijn tiny house in Spanje. De weg slingert tussen de olijfbomen door, stoffig en hobbelig, alsof hij me wil testen voordat ik deze nieuwe plek betreed. Dan ineens zie ik het: mijn tiny house, verscholen achter olijfbomen in het zachte gouden licht van Andalusië. Een houten veranda, witgekalkte muren en bamboe dat glanst in de zon.
Ik stap uit en adem diep in. De lucht ruikt naar tijm, warme aarde en een vleugje olijfolie die van het land lijkt te verdampen.
Hier. Hier ga ik wonen.
Thuis
Vanaf het eerste moment voelt het alsof ik thuiskom. Niet op bezoek of op vakantie. Nee, thuis. De stilte is bijna tastbaar, alleen doorbroken door het gezoem van insecten en het verre geblaf van een hond in het dal. Geen lawaaierig verkeer, geen luidruchtige buren. Alleen de natuur en ik.
Het dichtstbijzijnde dorp, Riogordo, ligt zo’n zes kilometer verderop. Een wandeling van iets meer dan een uur, door het glooiende landschap van Andalusië. Precies genoeg om het leven te vertragen tot een menselijk tempo.
De ochtenden
Elke ochtend begint hetzelfde. Nog voor de zon boven de heuvels uit klimt, zet ik koffie in de kleine pantry binnen. Het aroma vult het huisje. Ik loop naar buiten, de veranda op, waar de eerste zonnestralen de dauw laten verdampen.

Met mijn handen om de warme mok kijk ik uit over de vallei. De heuvels gloeien langzaam van oranje naar goud. In de verte ligt Comares. De stilte wordt wakker, vogels roepen hun eerste geluiden, een haan laat van zich horen ergens in de verte. De wereld ontwaakt, en ik met haar.
Hier, in mijn tiny house in Spanje, lijkt de tijd te vertragen. De koffie smaakt intenser, de stilte klinkt dieper. Ik denk aan niets en voel tegelijk alles. Het is begin november, maar het is nog warm als een Hollandse zomer. Ik zit in korte mouwen, mijn voeten op de houten vloer, de zon op mijn gezicht.
Soms schrijf ik wat woorden. Losse gedachten, flarden van zinnen die zich aandienen als oude vrienden. “Rust is niet de afwezigheid van geluid,” schrijf ik, “maar de aanwezigheid van ruimte.”
De buitenkeuken, douche en het toilet
Aan de zijkant van het huisje staat een eenvoudige buitenkeuken. Een gasstel met oven, een houten werkblad dat deels is voorzien van witte tegeltjes, een afdak van bamboe en doorschijnende golfplaten aan de bovenzijde zodat je droog staat. Koken in de open lucht is een feest. De geuren van knoflook, tomaat en olijfolie mengen zich met die van stof en zon.

’s Middags hak ik groenten terwijl de dieren uit de omgeving van zich laten horen. Ik bak courgette, paprika, ui, aardappel en voeg hier eieren aan toe. Een stevige eenpansmaaltijd. De eenvoud ervan maakt het perfect.
En dan de douche. Een ingenieuze constructie met een paellapan als opvangbak. De eerste keer moet ik lachen. Het water klettert in de pan alsof iemand een zomerse regenbui heeft aangezet. Het werkt. Het water is heerlijk. Door de kieren tussen de houten planken kijk ik naar de olijfbomen. Boven me het bamboe met daartussen de zonnestralen. Elke douchebeurt hier is een kleine ceremonie.
Het toilet is niet aangesloten op het riool, wel gescheiden. Zaagsel, toiletpapier verzamelen en wanneer nodig de gang naar het verzamelpunt. Ik houd ervan. Het brengt me nog meer terug naar de basis.
Mijmeren, schrijven en trainen
De dagen vloeien in elkaar over. Soms schrijf ik urenlang, zittend op de veranda. Dagelijks trek ik mijn schoenen aan en ren of wandel de heuvels in. Paden kronkelen tussen de olijfbomen, steil omhoog en dan weer omlaag. De zon brandt op mijn nek, het stof plakt aan mijn benen. Ik voel me levend. Het is heerlijk.
Boven op een heuvel blijf ik staan. Onder me ligt het landschap als een golvende zee van groen en bruin. Geen mens te zien, alleen stilte en wind. Dit is waar ik voor kwam: ruimte. Ruimte om te ademen, te bewegen, te denken.
’s Middags lees ik. Mijmer. Of ik doe niets. Dat laatste blijkt soms verrassend moeilijk, niets doen. Maar juist daarin schuilt de magie van Andalusië. De dagen lijken langer, alsof de zon hier net wat trager zakt dan elders.

De strijd
Maar niet alles is idyllisch. Er is een vijand. Klein, gevleugeld en meedogenloos: de zandvlieg.
Haast onzichtbaar, maar genadeloos. Terwijl ik denk dat ik in vrede een glas wijn kan drinken, vallen ze aan. Mijn armen, benen, enkels, nek. Overal jeukt het.
Ik probeer alles: citronellakaarsen, lange mouwen, natuurlijke olie, citronellagel. Niets helpt echt. De zandvliegen winnen elke keer opnieuw. Soms lach ik om mijn eigen wanhoop, terwijl ik mezelf krabbend beloof dat ik het morgen anders ga aanpakken.
Toch hoort het er tegenwoordig bij, helaas. Elke plek heeft zijn schaduwkant. Deze is die van de kleine, bijtgrage soort. Het herinnert me eraan dat ook paradijzen prikken. Ik kan niet wachten tot hier het ‘winterseizoen’ begint en de zandvliegen zich in het larvenstadium bevinden. Zucht.
De dagelijkse rituelen
Elke dag ren of wandel ik naar Riogordo voor boodschappen. De route slingert door de heuvels, langs geurige struiken rozemarijn en wilde bloemen. De zon brandt, mijn rugtas steevast mee. Omdat ik alles te voet doe, koop ik steeds kleine hoeveelheden.
Een brood bij de panadería, tomaten bij de groenteman, wat kaas en olijven bij een van de kleine lokale winkeltjes. De vrouw achter de toonbank glimlacht altijd breed, zelfs als ik stuntel met mijn Spaanse woorden. “Tranquilo,” zegt ze. Rustig aan.
In de bar drink ik een cortado of nuttig een lunch. De mannen aan de toog praten luid, hun stemmen rollen door de ruimte als een golfslag. Een oude man tikt met zijn lepel tegen het kopje, iemand roept naar de tv waar een voetbalwedstrijd speelt.
Ik luister, glimlach en voel me onderdeel van iets groters. Niet als toerist, maar als deelnemer aan het trage ritme van het Spaanse leven.
De avonden
Wanneer de zon zakt, verandert de lucht van goud naar paars. De heuvels ademen rust. Ik eet iets eenvoudigs, drink een wijntje en luister naar het orkest van het buitenleven.
Soms schrijf ik, vergezeld door het zachte geluid van de wind die door de olijfbomen strijkt. Of staar ik alleen maar, mijn gedachten slingerend door mijn hoofd als de paden die ik overdag beren of bewandel. Kijk binnen een filmpje of aflevering van een serie op mijn laptop.
Dit tiny house in Spanje lijkt met mij mee te ademen. De muren houden warmte vast, de houten vloer kraakt zacht. Mieren die me gezelschap houden. Alles hier leeft, zonder haast.
Ik denk aan het tempo wat ik al lang geleden heb losgelaten, waar ik vandaan kom. En dan kijk ik naar de sterren, helder en dichtbij. En weet ik: dit is leven. Niet meer, niet minder.

Reflectie
Meer dan een week is voorbij. Een ruime week, gevuld met zon, stilte, zweet en zandvliegen.
Ik voel me thuis. Alsof ik altijd al hier had moeten zijn, tussen de olijfbomen en de heuvels van Andalusië. Het tiny house is klein, maar mijn dagen zijn groot. Ik mis niets. Alles wat belangrijk is, past hier precies: adem, tijd, eenvoud.
Misschien is dat de ware luxe van dit leven. Niet wat je bezit, maar wat je kunt loslaten.
De zon zakt opnieuw achter de heuvels. De lucht gloeit oranje. Ik neem een laatste slok en fluister zachtjes tegen mezelf:
“Ja. Dit is voor nu precies goed zo.”
