Ik had het niet verwacht. Echt niet. Ik dacht dat ik er verslagen bij zou zitten. Dat ik vol teleurstelling terug zou kijken. Maar nu het voorbij is, voel ik iets heel anders. Geen schaamte. Geen verdriet. Wat ik voel, is opluchting. Een diepe zucht die eindelijk uit mijn borst ontsnapt. Alsof de strijd die ik de afgelopen dagen heb geleverd, eindelijk van mijn schouders glijdt. Ultralopen is ook om kunnen gaan met falen en echt naar jezelf kijken.
Deze dans met de tijd, dit avontuur in het ultralopen is voorbij. Niet zoals ik het me had voorgesteld. Niet met een trotse finish op hét plein van Santiago. Maar met een breuk. Een vroegtijdig einde. En toch… ik voel dat dit einde ook een begin is.
Het ultralopen dat anders verloopt dan ik droom
Ik droom vooraf over een dans. Een dans met de tijd, soepel en vloeiend, waarin ik kilometers lang in een ritme kom dat bijna meditatief voelt. Ultralopen is voor mij die magische plek tussen inspanning en vrijheid. Een plek waar ik het leven nog meer dan anders voel stromen.
Maar dit keer gaat het anders. Vanaf het eerste moment voelt het zwaar. Vanaf de tweede dag merk ik dat dit avontuur geen dans zal zijn, maar een gevecht. En die realisatie komt hard binnen.
De natuur als tegenstander
Nog voor de start is er al onrust. De natuurbranden in Spanje zorgen voor uitstel. Weken van wachten, van twijfel, van mezelf moed inspreken. Het ritme dat ik zorgvuldig had opgebouwd, valt weg. Als ik eindelijk mag starten, voel ik geen opgeluchte energie. Ik voel spanning.

Op dag twee, na de natte en mistige Pyreneeën op dag een, is daar meedogenloze hitte. De lucht trilt boven het asfalt. Mijn mond is droog, mijn tong voelt als schuurpapier. Elke slok water lijkt meteen weer verdampt. De zon brandt niet alleen op mijn huid, maar ook in mijn hoofd. Gedachten worden traag, zwaar.
En dan komt de wind. Op dag drie en vier blaast hij vol op mijn gezicht. Urenlang. Er komt geen einde aan. Alsof ik tegen een muur van lucht probeer in te lopen. Elke pas kost dubbele energie. Mijn armen zwaaien harder, mijn borstkas spant zich aan, maar ik maak nauwelijks vooruitgang. Het voelt oneerlijk. Alsof de natuur me een les wil leren die ik nog niet begrijp.
De pijn die alles verandert
En dan, als ik denk dat ik het misschien toch kan volhouden en de opgelopen achterstand nog kan goedmaken, komt de pijn. Eerst klein. Een stekende irritatie bij mijn scheenbeen. Ik probeer het te negeren. Dit is ultralopen, zeg ik tegen mezelf. Pijn hoort erbij. Maar al snel groeit de pijn uit tot een schreeuw. Vochtophoping en kloppen van binnenuit. Elke stap voelt alsof er een mes onder in mijn onderbeen wordt gezet.
De diagnose laat zich raden: ontsteking bij de aanhechting van de voet met de voorste scheenbeenspier; tibialis anterior tendinopathie. Een term die voor buitenstaanders klinisch en afstandelijk klinkt, maar min of meer betekent: je zou eigenlijk moet stoppen. En stoppen is het laatste dat ik wil. Ik hoor, maar luister niet en ga door tot ook het andere been hetzelfde probleem geeft.
De dans met de tijd verandert in een stoffige aftocht op de Sierra de Atapuerca, een kleine bergketen in Noord-Spanje.
Omgaan met falen. De strijd in mijn hoofd
Het zou makkelijk zijn om de schuld te geven aan de omstandigheden. Aan de hitte. De wind. De natuurbranden. Maar diep van binnen weet ik beter. Het falen zit in mijzelf. En inderdaad, de omstandigheden helpen niet.
In de voorbereiding heb ik, achteraf beschouwd, te weinig kilometers gemaakt. Ik heb het fundament niet stevig genoeg gelegd. Ik weet dat ultralopen vraagt om duizenden kilometers in de benen, om herhaling, om gewenning. En toch koos ik voor minder. Ik dacht dat de duizenden kilometers, tijdens mijn voettocht naar het einde van de wereld, in de eerste helft van dit jaar een goede basis zouden zijn. Het resultaat laat zich zien: overbelasting. Onvermijdelijk, echter nu veel te vroeg in het avontuur.
Maar de echte strijd speelt zich niet in mijn benen af, maar in mijn hoofd. Ik realiseer me dat ik het niet graag genoeg wilde. Mijn hart brandde niet fel genoeg. En zonder die vurige wil, zonder dat onwrikbare verlangen, kun je geen Fastest Known Time scherper stellen.
Omgaan met falen betekent eerlijk zijn. Hardop durven zeggen: ik was er niet klaar voor.

Ultralopen als spiegel
Ultralopen is nooit alleen fysiek. Het is een spiegel. Het legt bloot wie ik ben. Het laat me zien hoe ik reageer als het zwaar wordt, als de omstandigheden tegenzitten, als mijn lichaam niet meer mee wil.
En die spiegel is genadeloos. Hij laat me zien dat ik deze keer niet de kracht had die ik dacht te hebben. Niet de mentale hardheid die ik zo vaak predik. Het is confronterend. Maar ook waardevol.
Want omgaan met falen is precies dát: durven kijken in de spiegel, de pijn voelen en er van leren.
De lessen die ik meeneem
Ik leer dat falen geen eindpunt is. Het is een tussenstation. Een plek waar lessen worden uitgedeeld die ik niet had kunnen leren aan de finish.
Ik leer dat voorbereiding alles is. Dat ik de kilometers moet maken, dag in dag uit, zodat mijn lichaam de belasting kan dragen. Ik leer dat mentale kracht niet vanzelf ontstaat, maar gevoed én onderhouden moet worden. Met discipline, doorzettingsvermogen, veerkracht en bovenal een onwrikbare wil.
En ik leer dat falen niet het tegenovergestelde is van succes. Falen is ónderdeel van succes. Zonder falen kan ik niet groeien. Zonder falen kan ik geen betere loper worden.
De belofte van een volgende keer
Ik weet dat ik terugkom. Er komt een nieuwe dans met de tijd. Waar en wanneer, dat weet ik nog niet. Maar ik voel het.
De volgende keer zal ik sterker zijn. Met meer kilometers in mijn benen. Met een hoofd dat zegt: nu is het mijn moment, en met een hart dat brandt.
Ultralopen is vallen en opstaan. Het is een reis, geen bestemming. Dit avontuur eindigde in falen, maar juist dat falen maakt de reis rijker.
Lessons learned. Falen als brandstof
Mijn dans eindigde vroegtijdig. Maar dit einde voelt niet als een mislukking. Het voelt als brandstof.
Ultralopen leert me omgaan met falen. Het leert me dat falen geen reden is om te stoppen, maar een reden om sterker terug te keren. Het leert me dat elke stap, ook de pijnlijke, ook de mislukte, me dichter bij mezelf brengt.
En daarom sluit ik dit hoofdstuk af met een glimlach. Want diep van binnen weet ik: de dans met de tijd is nog lang niet voorbij.
foto’s: AI, Geert van Nispen
